Tussenmenger (lijnmenger): werking, opstelling en storingen

Een lijnmenger of tussenmenger zuigt schuimvormend middel aan via een venturi en verbruikt ongeveer een derde van zijn ingangsdruk. Opbouw in zeven stappen.

Rode POK-tussenmenger met gele regelknop, aanzuigaansluiting bovenaan en een stroompijl op het huis

Een lijnmenger, in Nederland en in ons gamma tussenmenger genoemd, is een venturi-straalpomp die u tussen twee persslangen koppelt. Het water wordt door een vernauwing geperst en daarachter daalt de druk. Die onderdruk zuigt schuimvormend middel (SVM) aan via de aanzuigslang, in de verhouding die u op de regelknop instelt: van 0 tot 6 %. Dat kost druk: de menger verbruikt tot ongeveer 35 % van zijn ingangsdruk, en met de rest moeten de slang, de hoogte en de schuimstraalpijp het doen. Komt er geen schuim, controleer dan eerst de tegendruk (straalpijp niet volledig open, straalpijp van een ander debiet, te veel slang of hoogte), dan de ingangsdruk en dan de aanzuigzijde.

Hoe een lijnmenger het schuimvormend middel aanzuigt

Een lijnmenger heeft geen motor: het stromende water doet het werk. In het huis wordt het water door een vernauwing versneld naar een zuigkamer. De snelle straal verlaagt daar de druk, en het schuimvormend middel stijgt via de aanzuigbuis en de aanzuigslang het water in. De schuimoplossing wordt pas schuim aan de schuimstraalpijp, die er lucht bij mengt.

De Europese norm EN 16712-1:2015 geldt voor mengers PN 16 die schuimvormend middel of andere additieven aan de waterstroom toevoegen en volgens het venturiprincipe werken. De Belgische federale technische fiches noemen het toestel een lijnmenger, Nederlandse leveranciers een tussenmenger, Franstaligen een prémélangeur of injecteur-proportionneur, Amerikaanse teksten een eductor.

Omdat de zuigkracht uit de snelheid van het water komt, mengt een lijnmenger maar bij één debiet juist: het debiet waarvoor hij gebouwd is.

Lijnmenger en schuimstraalpijp moeten hetzelfde debiet hebben

Een lijnmenger werkt bij een vast debiet, en de schuimstraalpijp erachter moet hetzelfde nominale debiet hebben. De gangbare maten zijn 200, 400 en 800 l/min, naar de Duitse aanduiding vaak Z2, Z4 en Z8 genoemd. De federale technische fiche voor de halfzware autopomp (november 2006) zet lijnmengers Z2 van 200 l/min, met DSP-koppeling van 45 mm, naast schuimstraalpijpen van 200 l/min.

Laat de straalpijp minder water door dan waarvoor de menger gebouwd is, dan vertraagt de straal in de vernauwing en valt de aanzuiging weg. Hetzelfde gebeurt wanneer de straalpijpdrager de straalpijp half dichtzet. Een schuimstraalpijp staat volledig open of volledig dicht.

Onze tussenmengers en schuimstraalpijpen bestaan in dezelfde drie debieten. De tussenmengers zijn van aluminium of messing, hebben een regelknop van 0 tot 6 % in stappen van 1 % en worden geleverd met aanzuigslang en aanzuigbuis. Ons advies: bestel menger en straalpijp als paar, met de koppeling van uw slangen. In België is dat DSP op lijnen van 45 en 70 mm, anders Storz. Zo blijven verloopstukken uit de lijn.

Ingangsdruk en wat er na de menger overblijft

Reken erop dat ongeveer een derde van de ingangsdruk in de menger verloren gaat. Duitse brandweerliteratuur geeft voor dit type een drukval tot ongeveer 35 %. Fabrikant Angus Fire bekijkt het in de technische fiche van zijn vaste lijnmengers van de andere kant: tot 65 % van de ingangsdruk is beschikbaar voor schuimmaterieel, drukverlies en hoogte, en zolang de tegendruk daaronder blijft, mengt het toestel juist.

De ingangsdruk verschilt per land en per merk. Het Luxemburgse CGDIS rekent in zijn opleiding met 7 bar voor een menger en 5 bar voor een schuimstraalpijp. Een Franse zaktabel voor pompbedieners geeft 10 bar aan de menger, plus het drukverlies van de slang tussen pomp en menger. Op de POK-menger op de foto hierboven staat 200 l/min bij 10 bar. Volg het cijfer op het etiket of in de technische fiche van uw eigen menger.

Neem een lijn van 200 l/min die met 10 bar gevoed wordt. Achter de menger mag tot 6,5 bar verbruikt worden. Vraagt de schuimstraalpijp 5 bar, dan blijft 1,5 bar over voor slang en hoogte. Als vuistregel verliest een slang van 45 mm bij 200 l/min ongeveer 1 bar per 100 m. Franse opleidingstabellen geven 1,5 bar bij 250 l/min, en ons artikel over drukverlies in slangen van 45 en 70 mm toont hoe u omrekent. Twee lengtes van 20 m kosten 0,4 bar. Er blijft dan 1,1 bar over, goed voor ongeveer 11 m hoogte tegen 1 bar per 10 m.

De federale fiche voor de halfzware autopomp vermeldt ook een tweede type lijnmenger van 200 l/min, "bruikbaar bij tegendruk veroorzaakt door meer dan 2 persslangen (40m)". Een algemene grens is dat niet: maak de som voor uw eigen lijn, met uw eigen technische fiches.

De lijn opbouwen, stap voor stap

Bouw de lijn zo op dat er zo weinig mogelijk slang en hoogte achter de menger zit, en zet het schuimvormend middel ernaast.

  1. Kies de plaats van de menger. Aan de persuitgang van de pomp blijven de vaten bij het voertuig, maar dan telt alle slang en hoogte mee als tegendruk. Verder in de lijn is de tegendruk lager en moeten de vaten naar voren gedragen worden.
  2. Koppel de menger met de pijl op het huis in de stroomrichting. De toevoerslang mag geen kleinere diameter hebben dan de menger.
  3. Leg minstens één slanglengte achter de menger. Die vuistregel geeft water en schuimvormend middel de tijd om zich te mengen. Koppel daarna een schuimstraalpijp met hetzelfde nominale debiet aan.
  4. Zet het vat naast de menger en steek de aanzuigbuis tot op de bodem. Houd de aanzuigslang kort en zet het vat op de hoogte van de menger, niet een verdieping lager.
  5. Stel de regelknop in op het percentage uit de technische fiche van het schuimvormend middel. Voor ECOPOL geeft BIOEX 3 % op branden van koolwaterstoffen en van polaire oplosmiddelen. Andere percentages staan in ons overzicht van de soorten blusschuim.
  6. Voer de pompdruk op tot de menger zijn ingangsdruk krijgt: de waarde uit de technische fiche plus het drukverlies van de slang tussen pomp en menger.
  7. Zet de schuimstraalpijp volledig open. Twee lengtes van 20 m in 45 mm bevatten ongeveer 64 liter. Bij 200 l/min duurt het dus een twintigtal seconden voor de schuimoplossing aan de straalpijp is.

De menger zuigt geen schuimvormend middel aan: oorzaken en oplossingen

Een menger van 200 l/min op 3 % zuigt 6 liter schuimvormend middel per minuut aan: 20 liter is dus na 3 minuten en 20 seconden op. Zakt het peil in het vat veel trager of helemaal niet, overloop dan deze oorzaken, de snelste controle eerst.

  1. De schuimstraalpijp staat niet volledig open. Zet ze helemaal open: onder zijn nominale debiet zuigt de menger niet meer aan.
  2. De regelknop staat op 0, het vat is leeg of de aanzuigbuis hangt boven de vloeistof. Kijk ook of de aanzuigslang niet geknikt is en of haar koppeling goed afdicht. Een aanzuigzijde die lucht trekt, trekt geen schuimvormend middel.
  3. De menger is verkeerd om gekoppeld. DSP- en Storz-koppelingen zijn symmetrisch, dus niets houdt dat tegen. De pijl moet naar de straalpijp wijzen.
  4. De straalpijp heeft een kleiner nominaal debiet dan de menger en werkt als een half gesloten straalpijp. Neem de straalpijp die bij de menger hoort.
  5. De tegendruk is toegenomen: een knik in de slang achter de menger, een extra lengte, een straalpijp die enkele verdiepingen hoger is gedragen. Haal de knik eruit, kort de lijn in of zet de menger dichter bij de straalpijp.
  6. De ingangsdruk is te laag. Trek het drukverlies tussen pomp en menger af van de pompdruk om te weten wat er aankomt. Een hogere ingangsdruk verhoogt ook de tegendruk die de menger verdraagt, binnen de grenzen van zijn technische fiche.
  7. De kogelklep zit vast. Schuimvormend middel dat is opgedroogd in een menger die ongespoeld werd opgeborgen, kleeft ze dicht. Reinig de menger met water tot de klep weer vrij beweegt.

Waar een lijnmenger niet het juiste toestel is

Een lijnmenger past bij één vast debiet en bij een bijmenging in hele procenten. Voor klasse A-schuim dat in enkele tienden van een procent wordt bijgemengd, is hij niet geschikt: voor BIO FOR N geeft BIOEX een bijmenging vanaf 0,1 % op klasse A-branden. Op de federale halfzware autopomp loopt klasse A-schuim via een injectiepomp, instelbaar van 0,1 tot 1 % in stappen van 0,1 %. Klasse B-schuim loopt via een lijnmenger, instelbaar tussen 0 en 6 %. Ook een straalpijp waarop de straalpijpdrager een ander debiet kiest, past niet bij een lijnmenger.

Moet het schuim ver of hoog geraken, dan bepaalt de som van de tegendruk de grens, en zijn er twee eenvoudigere oplossingen. Een schuimstraalpijp met eigen aanzuiging zuigt het schuimvormend middel aan de straalpijp zelf aan, zodat er geen menger in de lijn zit. Onze mobiele schuimunit brengt 100 of 150 liter schuimvormend middel, een tussenmenger en een schuimstraalpijp tot waar het schuim nodig is. Bij 200 l/min en 3 % gaat 100 liter net geen 17 minuten mee.

Na gebruik spoelen, en reinigen voor u van schuimvormend middel verandert

Spoel de menger na elk gebruik met zuiver water. Zet de aanzuigbuis in een emmer zuiver water en laat de lijn lopen tot er helder water uit de straalpijp komt. Opgedroogd schuimvormend middel is de oorzaak van de vastzittende klep uit de lijst hierboven.

Van schuimvormend middel veranderen vraagt meer dan spoelen. Een menger en een aanzuigslang die fluorhoudend schuimvormend middel hebben aangezogen, horen bij de apparatuur die gereinigd moet worden wanneer u naar fluorvrij schuim overstapt. Verordening (EU) 2025/1988 staat hoogstens 50 mg/l toe voor de som van alle PFAS in fluorvrij schuim dat uit gereinigde apparatuur komt. De federale brief van 15 oktober 2025 aan de zonecommandanten waarschuwt dat resten ook na een intensieve reiniging in het nieuwe schuim kunnen terechtkomen. De termijnen staan in ons artikel over het PFAS-verbod voor blusschuim. BIOEX voegt eraan toe dat fluorvrij schuim geen "drop-in"-vervanging van AFFF is: meet na een wissel van schuimvormend middel het verbruik opnieuw.

Noteer het debiet van uw schuimstraalpijp, het type koppeling en het schuimvormend middel dat u gebruikt en neem contact met ons op. Wij zoeken de passende tussenmenger in ons gamma blusschuim en toebehoren.

Veelgestelde vragen

Welke druk heeft een lijnmenger nodig?

Dat hangt af van het merk. Het Luxemburgse CGDIS rekent met 7 bar aan de menger, Franse tabellen voor pompbedieners geven 10 bar, en de fabrikant zet het cijfer op het etiket of in de technische fiche. Tel het drukverlies van de slang tussen pomp en menger erbij om de pompdruk te kennen.

Hoeveel slang mag er na een tussenmenger liggen?

Een vaste lengte bestaat niet. De tegendruk van slang, hoogte en schuimstraalpijp samen moet onder ongeveer 65 % van de ingangsdruk blijven. Bij 10 bar voeding en een straalpijp die 5 bar vraagt, houdt een lijn van 200 l/min 1,5 bar over: genoeg voor 40 m slang van 45 mm en ongeveer 11 m hoogte.

Waarom stopt het schuim als de straalpijp half dicht staat?

Een lijnmenger zuigt alleen aan bij het debiet waarvoor hij gebouwd is. Een half gesloten straalpijp verlaagt het debiet en verhoogt de tegendruk, de onderdruk in de venturi valt weg en er komt gewoon water uit. Zet een schuimstraalpijp volledig open of volledig dicht.

Is een lijnmenger hetzelfde als een tussenmenger?

Ja. Lijnmenger is het woord uit de Belgische federale technische fiches, tussenmenger het woord van Nederlandse leveranciers; in Amerikaanse teksten heet hetzelfde toestel eductor. De Europese norm EN 16712-1 beschrijft het als een menger die schuimvormend middel aan de waterstroom toevoegt volgens het venturiprincipe.

  • blusschuim
  • hydraulica

Klaar om te praten over uw brandbestrijdingsmateriaal?

Bezorg ons uw behoeften en we komen bij u terug met een gerichte productselectie.

Neem contact op