Waterwinning op open water: hoe hoog zuigt een pomp aan?

Een brandweerpomp zuigt in theorie 10,33 m hoog aan, in de praktijk zo'n 7 m. Het Belgische rondschrijven rekent met 6 m. Zuigkorf, zuigslang en armaturen.

Rode zuigkorf met Storz-koppeling

Geen enkele brandweerpomp zuigt water hoger aan dan 10,33 m: zo hoog is de waterkolom die de luchtdruk van 1,013 bar op zeeniveau kan dragen. In de praktijk is dat ongeveer 7 tot 7,5 m. Het Belgische ministerieel rondschrijven van 14 oktober 1975 rekent met minder: een geometrische aanzuighoogte van hoogstens 6 m en een zuigleiding van hoogstens 10 m. Tussen het kanaal of de vijver en de straalpijp hebt u een zuigkorf, zuigslangen, een pomp, persslangen en bij de brand een verdeelstuk nodig. Legt u twee voedingslijnen, dan komt er een verzamelstuk bij.

Waarom aanzuigen ruim onder 10,33 m stopt

De luchtdruk doet het werk. De aanzuigpomp, de kleine vacuümpomp op de bluspomp, haalt de lucht uit de zuigleiding, en de 1,013 bar die op het wateroppervlak drukt, duwt het water in de slang omhoog. Die druk komt overeen met een waterkolom van 10,33 m. Meer pompvermogen brengt het water dus niet hoger.

Onderweg gaat een deel van die hoogte verloren. De Duitse brandweeropleiding rekent met hoogstens 7 tot 7,5 m. Een Franse opleiding voor pompbedieners (COD 1, versie 2013) noemt 8,5 m als praktische bovengrens. Ze somt op wat de theoretische hoogte verkleint: ongeveer 0,5 m door wrijving in de zuigslangen en de zuigkorf, en 1,3 m bij water van 50 °C. Lekkende dichtingen kosten nog meer.

Hoogte kost ook debiet. De federale technische fiche TF06 van de halfzware autopomp (november 2006) vermeldt de maximale prestaties die de leverancier voor de pomp opgeeft. Dat is 3400 l/min bij 12 bar met 0 m zuighoogte en 2400 l/min bij 12 bar met 3 m.

Wat het Belgische rondschrijven van een waterwinplaats vraagt

Het Belgische rondschrijven rekent met 6 m. Sectie 3 van het ministerieel rondschrijven van 14 oktober 1975 over de watervoorraden voor het blussen van branden bepaalt wanneer een kanaal, vijver, rivier of reservoir in aanmerking komt als bluswatervoorraad.

Voorwaarde Waarde in het rondschrijven
Geometrische aanzuighoogte 6 m of minder
Hoogte van de opstelplaats van de pomp boven het waterpeil minder dan 5 m
Lengte van de zuigleiding 10 m of minder
Afstand tussen de plaats waar wordt gepompt en de plaats waar moet worden geblust hoogstens 400 m
Hoeveelheid water, in de meeste gevallen 120 m³, gelijkmatig gespreid over 2 uur, met een debiet van 1000 l/min
Vaste zuigleiding, als die er ligt binnendiameter van 100 mm

Het rondschrijven vraagt die waarden "onder de meest ongunstige omstandigheden", dus bij de laagste waterstand, en wil dat de waterwinplaats te allen tijde bereikbaar is voor de brandweerpompen.

De zuigkorf houdt vuil buiten en de waterkolom binnen

Een zuigkorf doet twee dingen. Hij houdt bladeren, takken en stenen uit de pomp en, als hij een terugslagklep heeft, houdt hij de zuigleiding gevuld wanneer de pomp stilvalt. Zonder klep loopt het water terug zodra het pompen onderbroken wordt, en dan moet de aanzuigpomp opnieuw beginnen.

De federale fiche, die van een zuigzeef spreekt, vraagt er één per autopomp: hoogstens 7,5 kg, met een beschermmand en een terugslagklep met ledigingsdispositief. Dat dispositief hebt u nodig op het einde van de inzet. In de 12 m zuigslang van 110 mm uit dezelfde fiche zit ongeveer 114 liter water. Zo'n zware leiding krijgt u pas uit het kanaal nadat de klep gelicht is en het water is teruggelopen.

Leg de zuigkorf minstens 30 cm onder het wateroppervlak en houd hem los van de bodem, weg van slib en grind. De Franse cursus geeft hetzelfde cijfer. Zand en slib gaan door elke zuigkorf.

Onze zuigkorven zijn er in geanodiseerd aluminium, roestvrij staal of polypropyleen, met of zonder terugslagklep, met DSP- of Storz-koppeling. Voor een pomp die zelf aanzuigt, raden wij de klep aan: een leiding die gevuld blijft, hoeft u na een onderbreking niet opnieuw aan te zuigen. Kijk eerst welke koppeling op uw zuigslangen zit. Op een autopomp volgens de federale fiche zijn dat slangen van 110 mm met AR-koppeling. Andere koppelingen dan DSP en Storz leveren wij op aanvraag.

Zuigslangen: kort, luchtdicht en nooit op een hydrant

Zuigslangen dienen alleen voor open water. De ministeriële omzendbrief van 9 maart 1982 schrijft het in hoofdletters: het gebruik van zuigslangen is VERBODEN "voor de voeding van een pomp door een ondergrondse of bovengrondse hydrant". Een hydrant levert water onder druk en wordt met persslangen aangesloten; die kant van het verhaal leest u in ons artikel over hydranten in België.

Houd de zuigleiding zo kort als de oever toelaat. Elke meter geeft extra wrijving aan de kant van de pomp waar u in totaal maar ongeveer 1 bar hebt.

Komt er binnen de minuut na het starten van de aanzuigpomp geen water, stop dan en zoek de oorzaak; de Franse cursus hanteert dezelfde grens. Meestal komt er ergens lucht binnen. Controleer deze punten:

  • de dichtingen van alle koppelingen in de zuigleiding zijn aanwezig en onbeschadigd, en de koppelingen zijn goed aangespannen
  • de perskranen en aftapkranen van de pomp zijn dicht
  • de zuigkorf ligt volledig onder water en is niet verstopt
  • de slangen zelf zijn in orde, zonder poreuze wand of losgekomen binnenvoering

Een poreuze slang ontdekt u beter in de werkplaats dan aan het kanaal. De Duitse wettelijke ongevallenverzekering (DGUV Grundsatz 305-002, in het Duits) vraagt minstens om de 12 maanden een visuele controle, een vacuümproef en een drukproef. Een onderdruk van 0,8 bar moet minstens één minuut standhouden, en daarna moet de slang minstens 5 minuten 3 bar houden. De Belgische teksten die wij hier aanhalen, leggen geen termijn op. Wij raden de Duitse regel aan als richtsnoer.

Laat de persslangen de afstand overbruggen

Hoogte aan de zuigzijde wint u niet terug, afstand aan de perszijde wel. Stel de pomp zo laag en zo dicht bij het water op als de oever toelaat en overbrug de weg naar de brand met persslangen. Het rondschrijven laat tot 400 m toe.

Over die afstand geeft de slangdiameter de doorslag. Met de vuistregels uit Franse brandweeropleidingen verliest één lijn van 70 mm bij 1000 l/min ongeveer 2,2 bar per 100 m, dus 8,8 bar over 400 m. Twee lijnen van 70 mm naast elkaar, elk met 500 l/min, verliezen 0,6 bar per 100 m, of 2,4 bar over dezelfde afstand. Waar die cijfers vandaan komen, leest u in ons artikel over drukverlies in slangen van 45 en 70 mm.

Twee lijnen vragen een verzamelstuk aan de pomp die ze ontvangt, bijvoorbeeld een autopomp bij de brand die gevoed wordt door een draagbare motorpomp aan het kanaal. De aanzuigcollector uit de federale fiche is een 110/70+70: twee ingangen DSP 70, een AR-koppeling van 110 mm voor de zuigingang van de pomp en een zwaaiklep. Dankzij die klep sluit een ongebruikte ingang vanzelf. U start met één lijn en legt de tweede bij terwijl het water al stroomt.

Wij leveren het verzamelstuk met of zonder terugslagklep en raden voor brandbestrijding de klep aan. Zonder klep moeten beide ingangen aangesloten zijn of moet de vrije ingang dicht met een blindkoppeling.

Bij de brand: een verdeelstuk met kogelkranen of schroefafsluiters

Een verdeelstuk splitst de voedingslijn in aanvalslijnen en geeft elke uitgang een eigen afsluiter. De gangbare Belgische uitvoering heeft één ingang van 70 mm en uitgangen van 70, 45 en 45 mm. De federale fiche rekent er drie per autopomp, 70/70+45+45 conform NBN 341, met DSP-koppelingen.

De keuze zit in de afsluiters. Een kogelkraan gaat met een kwartslag open en dicht, en aan de stand van de hendel ziet u of de uitgang open staat. Een schroefafsluiter vraagt meerdere omwentelingen van het handwiel, zodat het debiet geleidelijk opkomt en wegvalt.

Dat verschil telt aan het einde van een lange lijn. Een plotse verandering van debiet geeft waterslag. De Franse cursus spreekt van een drukstoot in de orde van 10 tot 12 bar die slangen kan doen barsten en pompen kan beschadigen, en vraagt om elke afsluiter rustig te bedienen. Met enkele honderden meters stromend water achter het verdeelstuk zouden wij voor schroefafsluiters kiezen: die kunt u niet dichtslaan. Op korte lijnen werken kogelkranen sneller en leest u ze makkelijker af. Beide uitvoeringen zijn er met koppelingen van het type DSP, Guillemin of Storz, andere op aanvraag.

Waar open water tekortschiet

Open water schiet tekort wanneer de oever meer dan 5 m boven het water ligt, wanneer het water te ondiep is voor de zuigkorf of wanneer de pompen er niet bij kunnen. Het rondschrijven noemt oplossingen, waaronder een zuigput die in verbinding staat met moeilijk bereikbaar water en een vaste zuigleiding. Die leiding heeft aan het ondergedompelde uiteinde een zuigkorf en aan het andere uiteinde een symmetrisch koppelstuk, afgesloten met een blindkoppeling aan een kettinkje.

Voor een site met een eigen bekken of vijver zouden wij de vaste zuigleiding nemen. De zuigkorf ligt dan al in het water en de ploeg hoeft alleen een zuigslang aan te koppelen.

Welke zuigkorf, welk verzamelstuk en welk verdeelstuk passen, hangt af van de koppelingen op uw zuigslangen, pompingangen en persslangen. Geef ons type en maat door via onze contactpagina.

Veelgestelde vragen

Hoe hoog kan een brandweerpomp aanzuigen uit open water?

In theorie 10,33 m op zeeniveau: zo hoog is de waterkolom die de luchtdruk kan dragen. In de praktijk ligt de grens rond 7 tot 7,5 m, en lager bij warm water of lekkende dichtingen. Het Belgische rondschrijven van 14 oktober 1975 rekent met een geometrische aanzuighoogte van hoogstens 6 m.

Waarvoor dient een zuigkorf?

Een zuigkorf houdt bladeren, takken en stenen uit de pomp. Een zuigkorf met terugslagklep houdt ook het water in de zuigleiding wanneer de pomp stilvalt, zodat de pomp niet opnieuw moet aanzuigen. Hij hoort minstens 30 cm onder het wateroppervlak te liggen, los van de bodem.

Mag u een zuigslang op een hydrant aansluiten?

Niet volgens de Belgische ministeriële omzendbrief van 9 maart 1982: die verbiedt het gebruik van zuigslangen om een pomp te voeden vanaf een ondergrondse of bovengrondse hydrant. Een hydrant sluit u aan met persslangen.

Wat is het verschil tussen een verdeelstuk en een verzamelstuk?

Een verdeelstuk splitst één voedingslijn in meerdere lijnen, elk met een eigen afsluiter. De gangbare Belgische uitvoering is 70 mm in en 70, 45 en 45 mm uit. Een verzamelstuk, ook broekstuk genoemd, doet het omgekeerde: het brengt twee lijnen, bijvoorbeeld twee van 70 mm, samen in de ene grote ingang van een pomp.

  • watervoorziening
  • hydraulica
  • hydranten

Klaar om te praten over uw brandbestrijdingsmateriaal?

Bezorg ons uw behoeften en we komen bij u terug met een gerichte productselectie.

Neem contact op