Droge stijgleiding en muurhydranten: de regels in België
Een droge stijgleiding staat leeg tot de autopomp ze vult. In hoge gebouwen vragen de basisnormen 70 mm en 2,5 bar bij 500 l/min, met DSP op de uitgang.

Een droge stijgleiding is een vaste leiding in een gebouw die leeg staat tot de autopomp ze via een voedingsaansluiting op het gelijkvloers vult. Op de verdieping sluit de ploeg haar slang aan op een muurhydrant. De Belgische basisnormen (koninklijk besluit van 7 juli 1994) gebruiken het woord droog niet: ze beschrijven een stijgleiding die permanent onder druk staat. In gebouwen hoger dan 25 m heeft die een binnendiameter van minstens 70 mm en moet er aan de minst bedeelde muurhydrant 2,5 bar overblijven bij 500 l/min. Droog of nat, op de uitgang zit de koppeling van de brandweer en dat is in België DSP.
Stijgleiding, muurhydrant en muurhaspel
Een stijgleiding is een vaste leiding die bluswater naar de verdiepingen brengt. De wet zegt stijgleiding in het Nederlands en colonne montante in het Frans, zonder "droog" of "nat" erbij.
Een droge stijgleiding staat leeg. Het Luxemburgse brandweerkorps CGDIS omschrijft ze in zijn Guide des moyens de secours (in het Frans) als een vaste, starre leiding die alleen tijdens een interventie water krijgt van de brandweervoertuigen. Een natte stijgleiding blijft aangesloten op een watervoorziening en staat onder druk. De droge uitvoering kan niet bevriezen en hangt niet af van de druk in het gebouw, maar iemand moet eerst de autopomp aankoppelen en de leiding vullen.
Een muurhydrant (in het Frans hydrant mural) is het aansluitpunt op een verdieping: een afsluiter met handwiel en een perskoppelstuk voor de slangen van de brandweer. Een eigen slang heeft hij niet.
Een muurhaspel, in de handel vaak brandhaspel genoemd, heeft die wel: een vormvaste slang met straalpijp, permanent aangesloten op de watervoorziening. Volgens het toepassingsgebied van EN 671-1 is hij bedoeld voor de gebruikers van het gebouw ("for use by the occupants") en de basisnormen noemen hem een middel voor eerste interventie, bestemd "voor gebruik door bewoners". De muurhydrant staat niet in dat rijtje.
Wat de basisnormen vragen van stijgleiding en muurhydranten
Punt 6.8.5.3 van de basisnormen gaat over muurhaspels en muurhydranten, en de eisen stijgen met de hoogte van het gebouw. De cijfers komen uit de bijlagen 2/1, 3/1 en 4/1, voor gebouwen waarvan de bouwaanvraag vanaf 1 december 2012 is ingediend.
| Hoogte van het gebouw (m) | Binnendiameter van de stijgleiding | Druk (bar) | Te leveren water |
|---|---|---|---|
| Minder dan 10 (laag) en 10 tot 25 (middelhoog) | zo gekozen dat de minst bedeelde haspel aan NBN EN 671-1 voldoet | minstens 2,5 op het ongunstigste punt | drie haspels tegelijk gedurende 30 minuten |
| Meer dan 25 (hoog) | minstens 70 mm | minstens 2,5 over aan de minst bedeelde muurhydrant | 500 l/min aan die hydrant, zonder slang of straalpijp, en 30 m³/h gedurende minstens 2 uur |
Die 30 m³/h is dezelfde 500 l/min, twee uur lang. In de drie bijlagen worden de toestellen "zonder voorafgaande bediening gevoed met water onder druk": niemand hoeft eerst iets te bedienen. Dat is een natte stijgleiding.
Het aantal muurhydranten ligt minder vast. Aantal en plaats worden bepaald door "de aard en de omvang van het brandgevaar" en de huidige bijlagen spreken van "eventuele muurhydranten". Een gebouw kleiner dan 500 m² heeft geen muurhaspel nodig, behalve bij speciale risico's.
Punt 6.8.5.4 gaat over de hydranten buiten, die aan een leiding met een binnendiameter van minstens 80 mm hangen. Hun types en signalisatie staan in ons artikel over hydranten in België.
De plaats van de droge stijgleiding
Over de droge stijgleiding zeggen de basisnormen niets. Artikel 1 sluit ook bestaande gebouwen uit: hoge en middelhoge gebouwen met een bouwaanvraag van voor 26 mei 1995 en lage gebouwen van voor 1 januari 1998. Droge stijgleidingen komen in Belgische gebouwen wel degelijk voor. Een ministeriële omzendbrief van 9 maart 1982 noemt "de droge en natte kolommen van de gebouwen" bij de installaties die typekoppelingen moeten dragen. Wat voor uw gebouw geldt, zegt de preventiedienst van uw hulpverleningszone. Dit artikel citeert de teksten en is geen juridisch advies.
In gebruik verschilt een droge stijgleiding op één punt. De pompbediener regelt de druk, en een zwakke voeding in het gebouw is dan geen beperking meer. Voor de leiding onder druk komt, controleert iemand of de afsluiters op de andere verdiepingen dicht zijn, want door een open afsluiter loopt het water op de verkeerde verdieping weg.
Een DSP-koppeling op elke uitgang
Het perskoppelstuk van een muurhydrant moet passen op de slangen van de brandweer. De oudere bijlagen van de basisnormen verwijzen naar het koninklijk besluit van 30 januari 1975 over de typekoppelingen. De huidige vragen een koppelstuk dat "is aangepast aan de koppelingen gebruikt door de brandweer". In de praktijk is dat in beide gevallen DSP, want de Belgische korpsen werken op hun persslangen van 45 en 70 mm met het symmetrische koppelstuk uit bijlage 1 van dat besluit.
Bijlage 1 geeft het koppelstuk in de nominale diameters 45 en 70, met of zonder grendel, met uitwendige of inwendige schroefdraad. De draad is G 1 1/2 of G 2 voor maat 45 en G 2 1/2 voor maat 70. Onze messing muurhydranten bestaan in dezelfde drie maten: 1 1/2, 2 en 2 1/2 duim. Het standaardmateriaal in de bijlage is een geanodiseerde aluminiumlegering; een koper- of roestvrije legering kan in overleg met de fabrikant. Schroefdraadkoppelingen, verloopstukken en blindkoppelingen vindt u in ons gamma DSP-koppelingen.
Luxemburg doet het anders. Het CGDIS vraagt op een droge stijgleiding een dubbele voeding met Storz B-koppelingen volgens DIN 14462 en op elke verdieping Storz C-koppelingen (42 mm). Een Belgische lijn met DSP 45 past daar niet op zonder overgangsstuk. Bestel dus per land.
Werken vanaf een stijgleiding met 2,5 bar
Het wettelijke minimum van 2,5 bar bij 500 l/min beperkt wat een ploeg met een lijn van 45 mm kan doen. Brandweerofficier Karel Lambert van CFBT-BE rekent het voor in zijn artikel "De stijgleiding" uit 2018. Met de vuistregel van Paul Grimwood, 5 l/min per m² brandende oppervlakte, volstaat 500 l/min om een brand van ongeveer 100 m² aan te pakken. Lambert noemt dat aanvaardbaar voor de meeste appartementsgebouwen en te weinig voor grote landschapskantoren. Een aantal Belgische korpsen koos volgens hem een straalpijp die onder 4 bar nog een degelijke straal geeft.
Het drukverlies in de slang neemt daar nog een deel van af. De Franse brandweeropleiding rekent voor een slang van 45 mm met 1,5 bar per 100 m bij 250 l/min en met 6 bar per 100 m bij 500 l/min. Met 2,5 bar aan de uitgang kosten twee lengtes van 20 m bij 250 l/min 0,6 bar, zodat ongeveer 1,9 bar aan de straalpijp aankomt. Bij 500 l/min verbruiken dezelfde 40 m 2,4 bar, bijna de volledige 2,5 bar. Een slang van 70 mm verliest bij dat debiet 0,6 bar per 100 m. Elke 10 m hoogte kost nog eens 1 bar. Het zijn vuistregels; de tabellen staan in ons artikel over drukverlies in slangen van 45 en 70 mm.
Voor het materiaal volgen daar twee keuzes uit. Neem een straalpijp die bij lage druk werkt: onze Legende 500 regelt druk en debiet automatisch en is inzetbaar vanaf 2 bar. Het artikel straalpijp kiezen gaat daar verder op in. Laat de zone de maat van de uitgang vrij, dan raden wij de muurhydrant van 2 1/2 duim met DSP 70 aan, met een verloopstuk 70/45 erbij. De ploeg kan dan met 70 mm tot aan de deur van het compartiment komen en toch rechtstreeks een lijn van 45 mm aansluiten.
Schiet de stijgleiding tekort, dan gaat de slang via de trap naar boven. Lambert beschrijft de "mobiele stijgleiding" van de Brusselse brandweer: slangen van 70 mm die vanuit cassettes van 40 m in de traphal worden afgelegd, één cassette per vier verdiepingen.
Wat u moet weten voor u afsluiters en koppelingen bestelt
Vier dingen moeten vastliggen voor u muurhydranten bestelt.
- De schroefdraad van de aftakking op de stijgleiding en de maat van de afsluiter. Onze muurhydranten zijn van messing, hebben een hoek van 30° en bestaan in 1 1/2, 2 en 2 1/2 duim.
- De koppeling op de uitgang: DSP 45 of DSP 70, met of zonder grendel, zoals de hulpverleningszone of het bestek vraagt.
- Een blindkoppeling voor elke uitgang en voor de voedingsaansluiting van een droge stijgleiding, om vuil uit de koppeling te houden.
- Slang en straalpijp, als uw eigen interventieploeg de muurhydranten gebruikt. Plat oprolbare slangen voor vaste installaties vallen onder EN 14540 (binnendiameter 25 tot 52 mm, werkdruk tot 15 bar); persslangen van 45 en 70 mm vindt u bij onze brandslangen.
Met de draadmaat van de aftakkingen, de koppeling die uw zone vraagt en het aantal uitgangen stellen wij afsluiters, koppelingen en blindkoppelingen samen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een droge en een natte stijgleiding?
Een droge stijgleiding is leeg tot de brandweer een autopomp op de voedingsaansluiting op het gelijkvloers koppelt en ze vult. Een natte stijgleiding is permanent aangesloten op een watervoorziening en staat onder druk. De Belgische basisnormen beschrijven die tweede soort, met minstens 2,5 bar op het ongunstigste punt.
Is een droge stijgleiding verplicht in België?
De basisnormen (koninklijk besluit van 7 juli 1994) vermelden de droge stijgleiding niet. Voor gebouwen hoger dan 25 m vragen ze een stijgleiding onder druk met een binnendiameter van minstens 70 mm en 2,5 bar over aan de minst bedeelde muurhydrant bij 500 l/min. Of een droge stijgleiding in een bepaald gebouw vereist of aanvaard is, vraagt u aan de preventiedienst van de hulpverleningszone.
Welke koppeling hoort op een muurhydrant in België?
Een DSP-koppeling, het symmetrische perskoppelstuk uit bijlage 1 van het koninklijk besluit van 30 januari 1975, in maat 45 of 70. Het besluit geeft schroefdraad G 1 1/2 of G 2 voor maat 45 en G 2 1/2 voor maat 70. Luxemburg vraagt Storz C op de verdiepingen en Storz B op de voeding.
Wat is het verschil tussen een muurhydrant en een muurhaspel?
Een muurhaspel heeft een eigen vormvaste slang met straalpijp en is volgens EN 671-1 bedoeld voor de gebruikers van het gebouw. Een muurhydrant is alleen een afsluiter met een brandweerkoppeling, waarop de brandweer of een opgeleide interventieploeg haar eigen slang van 45 of 70 mm aansluit.



