Hydranten in België: bovengronds, ondergronds en standpijp

België heeft bovengrondse hydranten (bord B) en ondergrondse hydranten (bord H) met standpijp. Zo leest u het bord en dit vraagt de regel van 1000 l/min.

Rode bovengrondse hydrant met twee zijuitgangen en één uitgang vooraan, elk afgesloten met een deksel aan een ketting

België kent twee types hydranten op het waterleidingnet. De bovengrondse hydrant (in het Frans: borne d'incendie) heeft vaste uitgangen met symmetrische koppelingen en staat op het bord aangeduid met de letter B. De ondergrondse hydrant (bouche d'incendie) zit onder een deksel in het voetpad, krijgt de letter H en is pas bruikbaar met een standpijp erop. De maatstaf voor allebei staat in het ministerieel rondschrijven van 14 oktober 1975: 120 m³ water gespreid over twee uur, een debiet van 1000 l/min.

De twee types naast elkaar

De twee hydranten nemen water af van dezelfde leiding onder druk en verschillen in de plaats waar de slang wordt aangesloten. Het ministerieel rondschrijven van 14 oktober 1975 beschrijft die twee als de wateraansluitingen voor brandbestrijding op het net.

Kenmerk Bovengrondse hydrant Ondergrondse hydrant
Letter op het bord B H
Aansluiting van de slang Symmetrische koppelingen van het koninklijk besluit van 30 januari 1975 Bajonetkoppeling voor een standpijp
Belgische norm die de omzendbrieven noemen NBN S 21-019 (BH 100, BH 80, BHc 100, BHc 80) NBN S 21-034 (ondergrondse hydrant Ø 80)
Europese productnorm EN 14384 (DN 80, DN 100, DN 150; PN 16) EN 14339 (DN 80, DN 100)

De symmetrische koppelingen zijn de types uit het koninklijk besluit van 30 januari 1975: het zelfdichtende koppelstuk dat als DSP wordt verkocht in de maten 45 en 70, het type AR en het type Guillemin. EN 14384 en EN 14339 laten de uitgangen over aan de nationale voorschriften. Een hydrant die voor Duitsland is gebouwd, past dus niet vanzelf op een Belgische slang. In Nederland heten beide types "brandkraan". In Frankrijk is de bovengrondse hydrant een "poteau d'incendie".

Het hydrantbord lezen

Op een Belgisch hydrantbord leest u het type, de diameter van de waterleiding en de plaats van de hydrant. De bijlage bij het rondschrijven van 1975 beschrijft het teken A11 voor de ondergrondse hydrant en A12 voor de bovengrondse. Het zijn witte platen van 250 op 200 mm met een rode rand en zwarte opschriften, die tussen 2 en 2,5 m boven de grond hangen.

De bovenste regel begint met de letter H of B. De H komt van "hydrant" en staat voor ondergronds. De B staat voor bovengronds: de Nederlandse tekst van het rondschrijven leidt ze af van "brandkraan", de Franse van "borne". Het getal na de letter is de binnendiameter in millimeter van de leiding waarop de hydrant is aangesloten. "H 100" is een ondergrondse hydrant op een leiding van 100 mm.

Onder de letter staan twee afstanden in meter. Ze zijn naar boven afgerond tot op één decimaal. Het onderste getal zegt hoe ver de hydrant vóór het vlak van het bord ligt. Het getal naast de verticale streep is de afstand opzij: staat het rechts van de streep, dan ligt de hydrant rechts van u als u naar het bord kijkt. In het voorbeeld van het rondschrijven leggen "6,1" en "12,1" het deksel op 6,1 m vóór het bord en 12,1 m naar rechts. Een bovengrondse hydrant krijgt alleen een bord waar hij slecht zichtbaar is of onder de sneeuw kan verdwijnen.

Wat de leidingdiameter over het debiet zegt

Met de diameter op het bord kunt u schatten wat de hydrant levert. Een vuistregel komt uit de cursus over watertransport van de Luxemburgse brandweer CGDIS (in het Duits). Een bovengrondse hydrant geeft ongeveer 15 keer de leidingdiameter in millimeter, uitgedrukt in liter per minuut, een ondergrondse ongeveer 10 keer. Op een leiding van 100 mm is dat ruwweg 1500 l/min bovengronds en 1000 l/min ondergronds.

Meer dan een vuistregel is het niet. Het werkelijke debiet hangt af van de druk en de opbouw van het net. Het Belgische rondschrijven voegt eraan toe dat een net dat niet vermaasd is, of leidingen met een binnendiameter van minder dan 100 mm, het gevraagde debiet mogelijk niet halen. Het net moet dan worden aangevuld met water uit een kanaal, vijver of reservoir.

Wat de regels vragen: debiet, afstand en controle

Het uitgangspunt van het rondschrijven van 1975 is 120 m³ water over twee uur, met een debiet van 1000 l/min. Volgens het rondschrijven volstaat dat in de meeste gevallen. Voor een alleenstaand gebouw of een kleine groep alleenstaande gebouwen met weinig brandgevaar mag de hoeveelheid zakken tot 60 m³ of zelfs 40 m³. Bijzondere reglementen kunnen meer vragen voor bepaalde gebouwen.

Het rondschrijven legt ook afstanden vast. In nijverheids- en handelszones en op plaatsen met een grote bevolkingsdichtheid liggen de hydranten hoogstens 100 m uit elkaar. Elders ligt de ingang van elk gebouw op hoogstens 200 m van de dichtstbijzijnde hydrant. Afstand kost druk: volgens de Franse opleidingstabellen voor de brandweer verliest 200 m slang van 70 mm ongeveer 4,4 bar bij 1000 l/min. In ons artikel over drukverlies in brandslangen van 45 en 70 mm staat de berekening stap voor stap.

Voor het onderhoud legt het rondschrijven de gemeenten twee termijnen op. Minstens één keer per jaar controleren ze of elke watervoorraad nog aangeduid, vrijgemaakt en bereikbaar is. Minstens om de twee jaar beproeven ze de goede werking van de hydranten.

Dat alles richt zich tot de gemeenten. Kijk voor uw eigen gebouw of site naar uw vergunning en naar het advies van de preventiedienst van uw hulpverleningszone. Voor hydranten op een privéterrein raden wij dezelfde twee termijnen aan als minimum.

Werken op een ondergrondse hydrant: de standpijp

Een ondergrondse hydrant heeft zelf geen uitgang voor een slang. De ploeg brengt die mee: de standpijp. De voet van de standpijp grijpt in de bajonetkoppeling van de hydrant, de kop draagt de perskoppelingen. Artikel 4 van het besluit van 1975 zondert precies die verbinding uit van de regel over de typekoppelingen: "de bajonetkoppelingen voor stand-pipe geplaatst op de ondergrondse hydranten van 80" volgens NBN 309. De voet is dus een bajonet, terwijl de uitgangen op de kop de koppelingen van het besluit dragen: DSP voor een Belgische hulpverleningszone.

In de praktijk verloopt het zo:

  1. Licht het deksel van de straatpot en neem de waterdichte stop uit de hydrant.
  2. Zet de standpijp op de bajonetkoppeling en draai hem vast tot hij vergrendelt.
  3. Open de hydrant met de hydrantsleutel en laat het water kort door een open uitgang lopen. Dat spoelen is de gangbare werkwijze: zo komt er geen vuil uit de hydrant in de pomp.
  4. Leg een persslang van de standpijp naar de ingang van de pomp.
  5. Sluit na gebruik de hydrant, neem de standpijp af en plaats de stop terug.

Twee regels komen uit de ministeriële omzendbrief van 9 maart 1982. De stop gaat na elk gebruik terug, want hij beschermt het drinkwater tegen afvloeiwater en besmettende vloeistoffen van buitenaf. Geen zuigslang op een hydrant: de omzendbrief verbiedt zuigslangen om een pomp te voeden vanuit een ondergrondse of bovengrondse hydrant. Ze dienen alleen voor open water.

Waarom de bovengrondse hydrant voorgaat

De Belgische omzendbrieven geven de voorkeur aan de bovengrondse hydrant. Het rondschrijven van 1975 zegt het al, en de omzendbrief van 6 maart 1978 (in het Frans) noemt de plaatsing ervan "prioritaire". Hij geeft drie redenen. De hydrant wordt sneller gevonden, vooral tussen zonsondergang en zonsopgang. Hij is sneller en gemakkelijker in gebruik. En hij blijft zichtbaar en bereikbaar bij sneeuw, onkruid, gemorste aarde of geparkeerde voertuigen.

Het grote model is niet altijd nodig. Waar het brandgevaar en het net een hydrant van Ø 100 niet verantwoorden, noemt de omzendbrief van 1982 de hydrant van Ø 80 met één uitlaat "een interessante oplossing".

Kunt u op een privésite zelf kiezen, neem dan de bovengrondse hydrant, om de redenen uit de omzendbrief van 1978. Houd de ondergrondse hydrant voor plaatsen waar een hydrant boven de grond de voertuigen in de weg zou staan. Onze bovengrondse hydrant P7 is gecertificeerd volgens EN 1074-6 en EN 14384 en heeft een voetbocht van 90°, een roestvrijstalen bedieningsstang, een messing zitting en een automatische aftapinrichting. Het bedieningsvierkant meet 30 × 30 mm.

Voor u een hydrant of standpijp bestelt

Een standpijp moet passen op de voetkoppeling van de hydranten in uw gebied. Onze standpijp is gebouwd volgens DIN 14375, bestaat in DN 80 en DN 50 en heeft een draaibare kop met twee uitgangen, elk met een afsluiter. DIN 14375 is een Duitse norm, geschreven voor Duitse ondergrondse hydranten, terwijl de Belgische ondergrondse hydrant van 80 een eigen bajonetkoppeling heeft. Daarom vragen we eerst welke hydranten u hebt. Aan een standpijp die niet op uw hydrant vergrendelt, hebt u bij een brand niets.

De uitgangen zijn het tweede punt. De standpijp krijgt DSP- of Storz-koppelingen, andere op aanvraag. Belgische hulpverleningszones werken met DSP- en AR-koppelingen, korpsen uit Nederland, Duitsland en Luxemburg met Storz. In een gebouw is de muurhydrant de tegenhanger van de hydrant op straat: onze messing muurhydranten hebben een hoek van 30° en bestaan in 1 1/2, 2 en 2 1/2 duim. Het artikel over droge stijgleidingen en muurhydranten gaat er dieper op in.

Nog een waarschuwing over het woord zelf. In Vlaanderen is een "standpijp" ook de standpijp met watermeter die een waterbedrijf verhuurt voor tijdelijk water op een evenement of een kleine werf. Waterbedrijf Farys omschrijft hem als een opzetstuk met een kraan en een watermeter. Dat is een ander product dan de brandweerstandpijp uit dit artikel.

Bezorg ons het type hydrant, de leidingdiameter op het bord en de koppelingen op uw voertuigen, dan stemmen wij hydrant, standpijp en koppelingen op elkaar af.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een bovengrondse en een ondergrondse hydrant in België?

Een bovengrondse hydrant (letter B op het bord) heeft vaste uitgangen met symmetrische koppelingen, zodat de slang er rechtstreeks op past. Een ondergrondse hydrant (letter H) ligt onder een deksel en heeft een bajonetkoppeling waarop de ploeg eerst een standpijp zet. De Belgische omzendbrieven van 1975 en 1978 verkiezen het bovengrondse type.

Wat betekenen de letter en de cijfers op een Belgisch hydrantbord?

De letter geeft het type: H voor een ondergrondse hydrant, B voor een bovengrondse. Het getal erna is de binnendiameter van de waterleiding in millimeter, bijvoorbeeld 100. De twee getallen eronder zijn afstanden in meter van het bord tot de hydrant, één recht vooruit vanaf het bord en één opzij.

Hoeveel water levert een hydrant?

Zoveel als de leiding en de druk in het net toelaten. Een vuistregel uit de Luxemburgse brandweeropleiding is 15 keer de leidingdiameter in millimeter voor een bovengrondse hydrant en 10 keer voor een ondergrondse, in liter per minuut. Het Belgische rondschrijven van 14 oktober 1975 neemt 1000 l/min gedurende twee uur als uitgangspunt.

Mag een zuigslang op een hydrant worden aangesloten?

Niet volgens de ministeriële omzendbrief van 9 maart 1982: die verbiedt zuigslangen om een pomp te voeden vanuit een ondergrondse of bovengrondse hydrant. Zuigslangen zijn bedoeld voor open water zoals een rivier of een vijver.

  • hydranten
  • watervoorziening
  • normen

Klaar om te praten over uw brandbestrijdingsmateriaal?

Bezorg ons uw behoeften en we komen bij u terug met een gerichte productselectie.

Neem contact op