Camlock-koppeling: types A tot F, materialen en grenzen

Camlock-types A tot F, DC en DP uitgelegd: welke helften passen, welk materiaal bij welke vloeistof, en de grenzen van 10 en 16 bar in EN 14420-7.

Moederdeel van een camlock-koppeling in roestvrij staal met twee hendels en trekringen

Een camlock-verbinding bestaat altijd uit twee verschillende helften: een vaderdeel of adapter (types A, E en F) en een moederdeel of coupler met twee hendels (types B, C en D). De letter zegt alleen wat er aan de andere kant zit, schroefdraad of een slangpilaar, dus elk vaderdeel past in elk moederdeel van dezelfde maat. Voor een slang hebt u normaal een type C en een type E nodig, in aluminium voor water en in rvs 316 voor corrosieve vloeistoffen. EN 14420-7 begrenst camlocks in gegoten aluminium en alle koppelingen DN 100 op 10 bar en de andere uitvoeringen op 16 bar. Op een blusleiding hoort een camlock niet thuis.

De acht types in één tabel

Zes letters beschrijven de koppelingen zelf, DC en DP zijn de kap en de plug. Het vaderdeel (adapter) is een gladde tap met een groef rondom. Het moederdeel (coupler) draagt de dichting en de twee nokkenhendels. U schuift het vaderdeel in het moederdeel en drukt beide hendels met de hand naar beneden. De nokken grijpen in de groef en trekken het vaderdeel tegen de dichting. Loskoppelen doet u door de hendels op te tillen. Een sleutel hebt u niet nodig.

Type Helft Andere kant Past op
A Vaderdeel Binnendraad Elk moederdeel: B, C, D of DC
B Moederdeel met hendels Buitendraad Elk vaderdeel: A, E, F of DP
C Moederdeel met hendels Slangpilaar A, E, F of DP
D Moederdeel met hendels Binnendraad A, E, F of DP
E Vaderdeel Slangpilaar B, C, D of DC
F Vaderdeel Buitendraad B, C, D of DC
DC Stofkap, in de vorm van een moederdeel met hendels Gesloten Sluit een vaderdeel af
DP Stofplug, in de vorm van een vaderdeel Gesloten Sluit een moederdeel af

Twee vaderdelen passen niet op elkaar, twee moederdelen evenmin. Beide helften moeten ook dezelfde nominale maat hebben. Voor de overgang naar een andere maat bestaan er verloopstukken. Ons gamma camlock-koppelingen omvat slangkoppelingen, schroefdraadkoppelingen, verloopstukken en blindkoppelingen.

Welk type op de slang, welk op de tank

Op een slang komen de types met slangpilaar (ook slangtule genoemd), op een vast aansluitpunt de types met schroefdraad. Met een type C aan het ene uiteinde en een type E aan het andere kunt u slangen aan elkaar koppelen.

Ons advies: het vaderdeel (type A of F) aan de vaste kant, het moederdeel op de slang. Een vaderdeel heeft geen bewegende delen en geen dichting. De helft die buiten op de tank blijft zitten, vraagt zo het minste onderhoud, en een stofkap DC houdt ze schoon zolang er geen slang aan hangt. Het moederdeel met zijn hendels en zijn dichting gaat met de slang mee terug naar het magazijn, waar u het kunt nakijken.

Camlocks worden gebruikt waar vloeistoffen onder lage druk worden overgepompt en leidingen vaak aan- en afgekoppeld worden: op tankwagens, in tankterminals, in de landbouw. Voor tankwagens en tankcontainers hebben we ook aparte tankkoppelingen.

Met de letter alleen is een bestelling niet volledig: de nominale maat en de schroefdraad horen erbij. Fabrikant Dixon heeft maten van 15 mm (1/2 duim) tot 200 mm (8 duim) en levert de types met schroefdraad in BSP of in NPT. Die twee draadsoorten passen niet op elkaar.

Twee normen: EN 14420-7 en A-A-59326

In Europa worden camlocks gemaakt volgens EN 14420-7:2022, het deel over camlock-koppelingen ("cam locking couplings") van de normenreeks voor slangarmaturen met klemmen. Camlocks van Amerikaans model volgen de specificatie A-A-59326, de opvolger van de militaire specificatie MIL-C-27487. Volgens de camlock-brochure van Dixon zijn de moeder- en vaderdelen van die fabrikant uitwisselbaar met alle producten volgens A-A-59326D.

Die uitwisselbaarheid heeft grenzen. Dixon schrijft erbij dat er voor de maten 15 mm en 200 mm geen norm bestaat en dat die maten tussen fabrikanten meestal niet uitwisselbaar zijn. De EN-uitvoering wijkt in de regel van de Amerikaanse af in de afdichting van de schroefdraad, die vlak is, en in de slangpilaar, die glad is en bedoeld voor veiligheidsklemmen. Breidt u een bestaande installatie uit, laat uw leverancier dan weten welk merk of welke norm de bestaande helften volgen, of stuur een foto van de markering.

Aluminium, rvs, messing of polypropyleen

Het materiaal van het huis en dat van de dichting kiest u allebei op basis van de vloeistof. Dixon maakt camlocks in aluminium, roestvrij staal CF8M (gelijkwaardig aan 316), brons, messing, glasvezelversterkt polypropyleen, glasvezelversterkt nylon en Hastelloy.

Aluminium is licht en voordelig. Voor water en andere vloeistoffen die het niet aantasten, raden wij het aan, want een grote koppeling moet met de hand getild worden. Rvs 316 (inox) is er voor vloeistoffen die aluminium of messing aantasten en voor producten die zuiver moeten blijven, zoals voedingsmiddelen. In ons landbouwgamma zijn camlocks er in aluminium en messing.

Polypropyleen roest niet en weegt weinig, maar heeft de laagste drukwaarde: Dixon geeft voor een camlock van 100 mm in polypropyleen 50 psi op, ongeveer 3,4 bar. Dixon waarschuwt ook dat helften in polypropyleen niet met helften in aluminium gecombineerd mogen worden.

Dan is er nog de dichting. Dixon monteert standaard nitrilrubber (NBR) in zijn metalen camlocks en biedt EPDM, FKM en dichtingen met PTFE-mantel als alternatief. Aan een huis in rvs hebt u weinig als de dichting erin niet tegen de vloeistof bestand is. Leg dus beide naast de bestendigheidslijst van de fabrikant.

Drukgrenzen volgens de norm en volgens de fabrikant

De drukgrens van een camlock hangt af van materiaal en maat, en ze daalt naarmate de maat groter wordt. Het toepassingsgebied van EN 14420-7 geeft twee bereiken. Alle koppelingen in gegoten aluminium en alle koppelingen DN 100 werken van een onderdruk van 0,8 bar tot 10 bar. De andere koppelingen gaan tot 16 bar. Beide bereiken gelden bij werktemperaturen van -20 °C tot +65 °C.

Fabrikanten publiceren eigen waarden, bij het Amerikaanse model in psi. De tabel toont wat Dixon opgeeft voor metalen camlocks (aluminium, messing, brons, roestvrij staal) bij 21 °C. Dixon vermeldt erbij dat die waarden voor vloeistoffen bedoeld zijn.

Nominale maat (mm) Druk volgens Dixon (psi) Omgerekend (bar)
15 150 10,3
20 tot 50 250 17,2
65 150 10,3
75 125 8,6
100 100 6,9
125 tot 150 75 5,2
200 50 3,4

Polypropyleen en glasvezelversterkt nylon liggen lager: 125 psi (8,6 bar) in 15 en 20 mm, 100 psi (6,9 bar) van 32 tot 50 mm, 60 psi (4,1 bar) in 75 mm en 50 psi (3,4 bar) in 100 mm.

De norm en de tabel van de fabrikant geven niet voor elke maat hetzelfde cijfer. Ga uit van de markering en de technische fiche van de koppeling die u in handen hebt. Een slangleiding is maar zo sterk als haar zwakste onderdeel: koppeling, slang of klem.

Waarvoor een camlock niet gemaakt is

Perslucht en stoom zijn de twee toepassingen die u moet vermijden. Dixon herhaalt de waarschuwing in zijn hele brochure: camlock-koppelingen mogen in geen geval voor perslucht of stoom gebruikt worden. De norm is op één punt minder streng: het toepassingsgebied van EN 14420-7 omvat vloeistoffen, vaste stoffen en gassen, met uitzondering van vloeibaar gas en stoom. Waar norm en fabrikant verschillen, volgen wij de fabrikant van de koppeling, dus geen perslucht.

Stofkappen en stofpluggen zijn geen drukdelen. Volgens Dixon mogen de types DC en DP om veiligheids- en milieuredenen in geen enkele toepassing onder druk gebruikt worden. Ze houden vuil uit een open helft. Een leiding onder druk sluit u af met een afsluiter.

Laat de druk af voor u de hendels optilt. Dixon heeft ook ontluchtende veiligheidscamlocks die de statische druk bij het loskoppelen laten ontsnappen. Die zijn niet uitwisselbaar met gewone camlocks.

Waarom een camlock niet op een blusleiding hoort

In België legt een koninklijk besluit de koppelingen voor brandbestrijdingsmaterieel vast, en de camlock is daar niet bij. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 30 januari 1975 luidt: "De installaties en uitrustingen voor brandbestrijding moeten voorzien zijn van koppelstukken die gelijkvormig zijn aan een van de types beschreven in de bijlagen 1, 2 en 3 van dit besluit." Die bijlagen beschrijven de symmetrische DSP-koppeling in 45 en 70 mm, de AR-koppeling en de Guillemin-koppeling. Een ministeriële omzendbrief van 9 maart 1982 herinnert eraan dat die plicht geldt voor iedereen die over brandbestrijdingsmaterieel beschikt, ook in de industrie en in gebouwen.

De druk is de tweede reden. Het besluit vermeldt de Guillemin-koppeling met een nominale persdruk van 16 bar (NP16), en persslangen volgens DIN 14811 hebben tot en met de maat 75 mm een werkdruk van 16 bar. Een metalen camlock van 75 mm krijgt van Dixon 125 psi, ongeveer 8,6 bar, en EN 14420-7 stopt voor gegoten aluminium bij 10 bar.

Houd de camlock dus voor overpompwerk: tanks vullen en ledigen, vloeistoffen verplaatsen onder lage druk. Alles wat op een hydrant, een pompuitgang of een straalpijp aansluit, krijgt in België DSP-koppelingen of Guillemin-koppelingen, en Storz-koppelingen waar uw buren over de grens ermee werken. Welk systeem waar gebruikt wordt, leest u in ons artikel over het verschil tussen Storz, DSP en Guillemin. Hoe u herkent wat u in handen hebt, staat in het artikel over koppelingsmaten en hoe u ze meet.

Wat we van u moeten weten bij een bestelling

Een camlock ligt vast met vijf gegevens:

  • de vloeistof en haar temperatuur
  • de werkdruk, en of de leiding ook onder vacuüm werkt
  • de nominale maat en, bij types met schroefdraad, BSP of NPT
  • de typeletter voor elk uiteinde
  • het merk of de norm van de helften die u al hebt

Met die vijf gegevens kunnen wij het type, het materiaal van het huis en de dichting voorstellen. U geeft ze door via onze contactpagina.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen camlock type A en type B?

Type A is een vaderdeel met binnendraad, type B een moederdeel met hendels en buitendraad. Het zijn tegengestelde helften: een A en een B van dezelfde maat passen dus op elkaar. Dat geldt voor elk vaderdeel (A, E, F) en elk moederdeel (B, C, D).

Zijn camlocks van verschillende merken uitwisselbaar?

Binnen één norm grotendeels wel. Dixon verklaart dat zijn camlocks uitwisselbaar zijn met alle producten volgens de Amerikaanse specificatie A-A-59326D. Voor de maten 15 mm en 200 mm bestaat geen norm, en Europese camlocks volgens EN 14420-7 kunnen verschillen in schroefdraad en slangpilaar. Controleer dat voor u merken mengt.

Hoeveel druk kan een camlock-koppeling aan?

Materiaal en maat bepalen dat. EN 14420-7 geeft 10 bar voor camlocks in gegoten aluminium en voor alle koppelingen DN 100, en 16 bar voor de andere, tussen -20 °C en +65 °C. Fabrikanten geven grote maten minder: Dixon vermeldt 125 psi (8,6 bar) voor een metalen camlock van 75 mm en 50 psi (3,4 bar) voor een van 200 mm.

Mag een camlock op een brandslang?

Niet op brandbestrijdingsmaterieel in België. Het koninklijk besluit van 30 januari 1975 schrijft voor installaties en uitrustingen voor brandbestrijding koppelingen van het type DSP, AR of Guillemin voor. Een camlock dient om vloeistoffen onder lage druk over te pompen.

  • koppelingen
  • industrie
  • normen

Klaar om te praten over uw brandbestrijdingsmateriaal?

Bezorg ons uw behoeften en we komen bij u terug met een gerichte productselectie.

Neem contact op